NVHB standpunt generieke medicatie in de HIV zorg

Zoals bij alle geneesmiddelen  verloopt ook bij HIV medicatie na een aantal jaren het patent. Vanaf dat moment kunnen zogenaamde generieke leveranciers dezelfde producten op de markt brengen nadat zij hebben laten zien dat het generieke middel bio-equivalent is aan het spécialité. Hiervoor is het voldoende dat is aangetoond dat het 90% betrouwbaarheidsinterval van AUC en Cmax na enkelvoudige dosis valt binnen de 80-125% grens.

In de afgelopen jaren zijn diverse HIV middelen in generieke vorm beschikbaar gekomen, inclusief veel voorgeschreven middelen zoals efavirenz, nevirapine, tenofovir DF/emtricitabine, abacavir/lamivudine en recent emtricitabine/tenofovir DF/efavirenz. Meer introducties van generieke middelen zullen volgen in de komende jaren.

Generieke producten zijn bij introductie ca. 30% goedkoper dan de lijstprijs van het spécialité. Indien er meer dan 1 generieke leverancier een bepaald product levert kan de apotheker onderhandelen over de prijs en kan de daadwerkelijke prijs (veel) lager zijn. Er zijn ook generieke leveranciers die het product voor een lage prijs in de markt zetten en niet met apothekers onderhandelen

Status Maart 2018 heeft de patiënt nog een keuze?

Op dit moment hebben sommige zorgverzekeraars (bijv. Zilveren Kruis, VGZ-groep, Menzis, CZ) besloten om hiv-middelen op te nemen in het preferentiebeleid. In het preferentiebeleid heeft een zorgverzekeraar met een leverancier een prijsafspraak gemaakt en is de apotheker verplicht dat product af te leveren als een patiënt bij die zorgverzekeraar is verzekerd. Eveneens hebben sommige zorgverzekeraars met apothekers contracten afgesloten dat zij altijd het product met de laagste prijs moeten leveren (“laagste prijs garantie”), de prijzen kunnen in theorie maandelijks aangepast worden. Zowel het preferentie beleid als de laagste prijs garantie kan tot gevolg hebben dat de patiënt in één jaar van diverse leveranciers hiv medicatie ontvangt bij de apotheek.

Op het moment dat het preferentiebeleid geldt hebben patiënten geen keuze meer: zij moeten het product gebruiken waarmee hun zorgverzekeraar een contract heeft gesloten. Als de zorgverzekeraar met de apotheker een contract heeft afgesloten voor de laagst mogelijke prijs hebben patiënten ook geen keuze meer. In alle andere gevallen heeft de patiënt op dit moment nog een keuze: wel of niet generiek. Het bovenstaande maakt duidelijk dat patiënten steeds minder eigen keus hebben welk preparaat zij krijgen zodra er generieke versies beschikbaar komen. Doordat contracten aangepast kunnen worden kan dat leiden tot (frequente) wijzigingen welke generieke variant afgeleverd zal worden.

Standpunt NVHB

De NVHB is van mening dat generieke substitutie van HIV middelen een zinvolle bijdrage levert aan het betaalbaar houden van de gezondheidszorg.

Wel is zij van mening dat patiënten goed geïnformeerd moeten worden over deze omzetting van medicatie. Generieke substitutie mag niet leiden tot verminderde therapietrouw omdat de patiënt in verwarring is over zijn/haar medicatie, of minder vertrouwen heeft in het nieuwe product.

Het moet in onderbouwde situaties mogelijk zijn dat patiënten blijven staan op (of terugkeren naar) het merkpreparaat, bijv. bij intolerantie voor een generiek product.

Tenslotte roept de NVHB zorgverzekeraars en apothekers op langdurige contracten af te sluiten met leveranciers om te voorkómen dat patiënten elke 3 maanden een ander product ontvangen.

0 Comments

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

CONTACT US

We're not around right now. But you can send us an email and we'll get back to you, asap.

Sending

©2018 De Nederlandse Vereniging van HIV Behandelaren

Log in with your credentials

Forgot your details?